top of page

4. De theorie van vastgoedfotografie

Voordat je leert in welke volgorde we een woning fotograferen, moet je begrijpen wat een goede vastgoedfoto nodig heeft.

Bij vastgoedfotografie gaat het niet alleen om een aantrekkelijke foto. De beelden moeten iemand die nog nooit in de woning is geweest duidelijk laten zien:

  • hoe groot en ruimtelijk een kamer aanvoelt;

  • hoe de ruimte is ingedeeld;

  • waar deuren, ramen en doorgangen zitten;

  • hoe verschillende ruimtes met elkaar verbonden zijn;

  • waar meubels en vaste onderdelen ten opzichte van elkaar staan;

  • hoe iemand door de woning beweegt.

De volledige fotoserie moet samen een logisch en begrijpelijk verhaal over de woning vertellen.

Aantrekkelijk én geloofwaardig

We willen een woning zo aantrekkelijk mogelijk presenteren, maar wel op een geloofwaardige manier.

Een ruimte mag daarom niet onnodig:

  • groter lijken;

  • langer lijken;

  • breder lijken;

  • lichter lijken;

  • anders worden ingedeeld dan in werkelijkheid.

Een extreem brede groothoekfoto kan indrukwekkend ogen, maar geeft potentiële kopers een verkeerd beeld wanneer de kamer daardoor veel groter lijkt dan deze werkelijk is.

Na het bekijken van de volledige fotoserie moet iemand een realistisch beeld van de woning hebben.

De vaste C1-stand

De Canon EOS R6 staat binnen onze workflow standaard ingesteld op C1.

C1 is een aangepaste voorkeursstand waarin onze vaste basisinstellingen zijn opgeslagen. Daardoor hoeven we de camera niet vóór iedere opdracht volledig opnieuw in te stellen.

Binnen C1 staat de camera in de handmatige stand, oftewel M. Dat betekent dat we zelf bepalen:

  • hoelang de camera licht opvangt;

  • hoeveel licht door de lens komt;

  • hoe gevoelig de camera op het beschikbare licht reageert.

De vaste basisinstellingen voor het interieur zijn:

  • sluitertijd: 1/100 seconde;

  • diafragma: f/8;

  • ISO: 2500

Dit is het uitgangspunt waarmee we binnen beginnen. Het zijn geen instellingen die onder alle omstandigheden onveranderd moeten blijven. Wanneer het licht of de ruimte daarom vraagt, kunnen we ze bewust aanpassen.

Wat is de handmatige M-stand?

In de automatische stand beslist de camera grotendeels zelf hoe licht of donker een foto wordt.

In de handmatige M-stand houden wij zelf controle over de belangrijkste instellingen.

Dat is binnen vastgoedfotografie belangrijk, omdat we bij ieder standpunt een consequente serie van drie verschillende belichtingen maken.

De drie belangrijkste instellingen zijn:

  1. sluitertijd;

  2. diafragma;

  3. ISO.

Deze instellingen beïnvloeden elkaar. Wanneer je één instelling verandert, kan de helderheid of beeldkwaliteit van de foto daardoor ook veranderen.

Sluitertijd

De sluitertijd bepaalt hoe lang de camera licht opvangt om een foto te maken.

Je ziet de sluitertijd bijvoorbeeld als 1/100. Dat betekent dat de foto in een honderdste van een seconde wordt vastgelegd.

Hoe langer de sluitertijd, hoe meer licht de camera kan opvangen. Het nadeel is dat beweging sneller zichtbaar wordt en de kans op een bewogen of onscherpe foto groter wordt.

Hoe sneller de sluitertijd, hoe minder licht de camera opvangt, maar hoe kleiner de kans op bewegingsonscherpte.

Binnen fotograferen we standaard met 1/100 seconde.

We fotograferen namelijk uit de hand en willen voorkomen dat kleine bewegingen van je handen zichtbaar worden in de foto.

Met 1/100 seconde heb je een goede balans: de camera kan nog voldoende licht opvangen, terwijl de kans op een bewogen foto relatief klein blijft.

Let wel op: 1/100 zorgt niet automatisch voor een scherpe foto.

Houd de camera tijdens het fotograferen altijd rustig en stabiel vast en probeer niet te bewegen op het moment dat je de foto maakt.

Op onderstaande foto is de camera tijdens het maken van de opname heel licht bewogen.

Dit gebeurt meestal wanneer de sluitertijd te lang is of wanneer je de camera niet stabiel genoeg vasthoudt.

De scherpstelling kan hierbij gewoon goed staan, maar doordat de camera tijdens de belichting beweegt, worden fijne details en rechte lijnen licht uitgesmeerd of dubbel weergegeven. Kijk bijvoorbeeld naar de randen van meubels, kozijnen en andere strakke lijnen: deze zijn niet meer volledig scherp.

Daarom fotograferen we binnen bij KIEK! met een sluitertijd van 1/100 seconde en houden we de camera tijdens iedere opname zo stil mogelijk. Een foto die op het camerascherm nog goed lijkt, kan op een groter scherm duidelijk bewegingsonscherpte laten zien.

Onthouden: een te lange sluitertijd vergroot de kans op bewegingsonscherpte.

Binnen gebruiken we daarom standaard 1/100 seconde of hoger en houden we de camera tijdens het fotograferen zo rustig en stabiel mogelijk vast.

cd2074a0-e9b2-40c7-8513-d61981065b68.png

Diafragma

Het diafragma is een instelling op de camera die je ziet als een f-getal, bijvoorbeeld f/8, f/10 of f/13.

Voor ons is vooral belangrijk om te onthouden:

Hoe hoger het f-getal, hoe meer van de ruimte scherp in beeld komt.

Bij vastgoedfotografie willen we dat niet alleen één meubelstuk scherp is, maar dat zowel de voorgrond als de achterkant van de ruimte duidelijk zichtbaar zijn.

Binnen C1 staat de camera standaard op f/8. Dit is een veilige basisinstelling waarmee je in vrijwel iedere ruimte een goed en scherp resultaat krijgt.

Is een belangrijke ruimte, zoals de woonkamer, voldoende licht? Dan gebruiken we bij voorkeur f/10 of f/13.

Daarmee krijg je nog meer van de ruimte scherp in beeld. Is de ruimte daarvoor te donker? Ga dan gewoon terug naar f/8.

Op de foto hieronder is maar een klein gedeelte van de badkamer echt scherp.

De voorgrond is scherp, maar de douche en andere details verder achterin worden zichtbaar onscherp.

Dit komt doordat het diafragma te ver open staat, bijvoorbeeld op f/2.8.

Een groot diafragma geeft weinig scherptediepte, waardoor maar een beperkt deel van de ruimte scherp wordt weergegeven.

Bij vastgoedfotografie willen we juist dat zoveel mogelijk van de ruimte scherp en duidelijk zichtbaar is. Daarom fotograferen we binnen standaard op f/8.

Onthouden: een te groot diafragma geeft te weinig scherptediepte. Met f/8 of hoger houden we de ruimte van voor tot achter beter scherp.

fcefb6f6-fbe9-4de1-81bf-7ba0ab94237a (1).png

ISO

ISO bepaalt eigenlijk hoe licht of donker de camera de foto maakt met het licht dat er op dat moment is.

Binnen is er vaak veel minder licht dan buiten. Door de ISO hoger te zetten, kan de camera toch een goed belichte foto maken zonder dat we de sluitertijd heel lang hoeven te maken.

Een hogere ISO heeft wel een nadeel: er kan meer ruis in de foto komen. Dat ziet eruit als kleine korreltjes of een wat minder glad beeld.

Waarom gebruiken we binnen ISO 2500?

Binnen gebruiken we bij KIEK! meestal ISO 2500. Daardoor kunnen we tegelijk blijven fotograferen met:

  • 1/100 seconde, zodat beweging zo veel mogelijk wordt voorkomen;

  • f/8, zodat de ruimte goed scherp blijft;

  • de camera uit de hand.

Zouden we de ISO bijvoorbeeld veel lager zetten, dan krijgt de camera te weinig licht binnen. We zouden dan de sluitertijd langer moeten maken en daardoor wordt de kans op een bewogen of onscherpe foto groter.

Op de foto hieronder is duidelijk veel digitale ruis zichtbaar.

Dit ontstaat doordat de ISO te hoog staat. Een hogere ISO maakt het beeld wel lichter, maar versterkt ook de ruis en zorgt ervoor dat fijne details en materialen minder strak en schoon worden weergegeven. Bij vastgoedfotografie willen we juist een helder, scherp en zo ruisvrij mogelijk beeld. Zet de ISO daarom niet onnodig hoog en controleer altijd of de gekozen waarde echt nodig is.

 

Onthouden: hoe hoger de ISO, hoe meer beeldruis. Houd de ISO laag (onder de 2500)om de foto schoon, gedetailleerd en professioneel te houden.

b0c2ccc7-b184-4e18-be7b-ed765ba62447.png

Instellingen voor buiten

De vaste C1-instellingen zijn bedoeld als basis voor het interieur.

Buiten is meestal aanzienlijk meer licht beschikbaar. Wanneer je daar blijft fotograferen met ISO 2500, f/8 en 1/100 seconde, wordt de foto waarschijnlijk veel te licht.

Daarom passen we de instellingen buiten aan.

ISO buiten

Buiten gebruiken we bij voldoende daglicht meestal:

  • ISO 100;

  • of ISO 200.

Een lagere ISO zorgt voor:

  • minder beeldruis;

  • meer detail;

  • een schoner bestand;

  • een betere beeldkwaliteit.

Omdat buiten voldoende licht beschikbaar is, hebben we de hoge ISO-waarde van het interieur daar niet nodig.

 

Diafragma buiten

Ruud fotografeert de buitenbeelden meestal op f/13.

Daarmee krijgen we een ruime scherptediepte. De gevel, voortuin en een groot gedeelte van de omgeving kunnen daardoor duidelijk en scherp worden weergegeven.

Sluitertijd buiten

Doordat buiten meer licht beschikbaar is, kunnen we een snellere sluitertijd gebruiken.

Afhankelijk van het licht kan dit bijvoorbeeld zijn:

  • 1/200 seconde;

  • 1/500 seconde;

  • 1/1000 seconde.

Een snellere sluitertijd verkleint de kans op bewegingsonscherpte.

Controleer na het aanpassen van ISO en diafragma altijd de belichting. Stel vervolgens een sluitertijd in waarmee de foto goed wordt belicht.

HDR en de drie belichtingen

HDR staat voor High Dynamic Range.

Een woning bevat vaak tegelijkertijd zeer lichte en zeer donkere gedeelten. Denk aan een woonkamer met een helder raam en een donkere hoek.

Met één enkele foto is het moeilijk om beide delen goed vast te leggen:

  • wanneer de kamer goed zichtbaar is, kan het raam te licht worden;

  • wanneer het uitzicht door het raam goed zichtbaar is, kan de kamer te donker worden.

Daarom maken we vanaf ieder standpunt drie foto’s met verschillende belichtingen.

De Canon EOS R6 gebruikt hiervoor automatische belichtingsbracketing, ook wel AEB genoemd. De camera maakt achter elkaar:

  1. een normaal belichte foto;

  2. een donkerdere foto;

  3. een lichtere foto.

Wat gebeurt er later met de drie foto’s?

Tijdens de nabewerking vormt de middenfoto de basis.

De editor kan vervolgens:

  • informatie uit de donkere foto gebruiken voor ramen en andere lichte onderdelen;

  • informatie uit de lichte foto gebruiken voor donkere hoeken en schaduwen.

Het eindresultaat moet natuurlijk blijven.

We willen geen onnatuurlijk lichte kamer of donkere ramen, maar een fris en duidelijk beeld dat aansluit bij hoe iemand de ruimte zelf zou ervaren.

De camera stabiel houden

De drie HDR-foto’s moeten vrijwel exact over elkaar liggen.

Gebruik daarom een stabiele houding:

  • zet je voeten stevig neer;

  • verdeel je gewicht rustig;

  • houd je ellebogen zo veel mogelijk tegen je lichaam;

  • ondersteun de camera stevig;

  • druk de ontspanknop rustig in;

  • blijf tijdens de volledige serie stil staan;

  • beweeg de camera pas nadat alle drie de foto’s zijn gemaakt.

Met de 14–24mm-lens en 50mm-lens zijn kleine veranderingen in de camerapositie snel zichtbaar. Werk daarom rustig en beweeg niet halverwege de serie.

Scherpstellen en scherptediepte

Wat is het scherpstelpunt?

Het scherpstelpunt is het kleine punt of vakje op het scherm waarmee je aangeeft waarop de camera moet scherpstellen.

De camera kan niet zelf begrijpen welk onderdeel van de ruimte voor onze presentatie het belangrijkste is. Jij moet het juiste focuspunt kiezen.

Waar stellen we binnen scherp?

Plaats het scherpstelpunt op een duidelijk onderdeel dat zich ongeveer in het midden van de ruimte bevindt.

Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • een bank;

  • een eettafel;

  • een kast in het midden van de foto;

  • een muur halverwege de ruimte;

  • een deurpost halverwege de ruimte.

Stel niet scherp op een klein voorwerp dat zich helemaal vooraan aan de rand van de foto bevindt.

De kans bestaat dan dat het verdere gedeelte van de ruimte minder scherp wordt.

Richt het scherpstelpunt op een duidelijk onderdeel ongeveer in het midden van het beeld. Druk daarna de ontspanknop half in en controleer of de camera het juiste onderdeel heeft gevonden.

 

Waar stellen we buiten scherp?

Bij een buitenfoto plaats je het focuspunt altijd op de woning zelf.

Je kunt bijvoorbeeld scherpstellen op:

  • de gevel;

  • een raamkozijn;

  • een duidelijk onderdeel van het huis.

Stel niet scherp op een boom, auto, heg of ander voorwerp dat dichter bij de camera staat.

Wanneer het verkeerde onderwerp wordt gekozen, kan de woning minder scherp worden weergegeven.

De juiste brandpuntsafstand

Wat is brandpuntsafstand?

Brandpuntsafstand bepaalt simpel gezegd hoe ver je in- of uitzoomt.

Met onze SIGMA 14–24mm-lens kunnen we zelf kiezen hoeveel van een ruimte we in beeld krijgen:

  • 14mm = helemaal uitgezoomd → je ziet heel veel van de ruimte;

  • richting 24mm = meer ingezoomd → je ziet minder, maar het beeld oogt vaak natuurlijker.

Hoe verder je uitzoomt, hoe groter een ruimte kan lijken. Tegelijk kan er aan de randen van de foto meer vervorming ontstaan.

Fotografeer niet automatisch op 14mm

Het doel is niet om altijd zoveel mogelijk van een kamer in één foto te krijgen.

Op 14mm kunnen meubels en muren aan de zijkanten bijvoorbeeld uitgerekt lijken en kan een kamer groter ogen dan hij in werkelijkheid is.

Kijk daarom altijd eerst wat mooi en natuurlijk oogt.

Als je voldoende ruimte hebt, kun je bijvoorbeeld iets verder naar achteren gaan staan en de lens iets inzoomen, bijvoorbeeld richting 16mm.

Gebruik 14mm vooral wanneer je die extra brede beeldhoek echt nodig hebt, bijvoorbeeld in een kleine ruimte waar je niet verder naar achteren kunt.

Camerahoogte en perspectief

Houd de camera zo recht mogelijk

Bij vastgoedfotografie moeten verticale lijnen zo veel mogelijk recht omhoog en omlaag lopen.

Verticale lijnen zijn bijvoorbeeld:

  • muren;

  • deurposten;

  • raamkozijnen;

  • kastzijden;

  • regenpijpen;

  • hoeken van een gevel of ruimte.

Wanneer je de camera sterk omhoog richt, lopen verticale lijnen naar elkaar toe. Een woning of kamer kan dan achterover lijken te vallen.

Wanneer je de camera sterk naar beneden richt, kan hetzelfde probleem in de andere richting ontstaan.

Eerst je positie aanpassen

Moet er meer van de bovenkant van een woning of ruimte in beeld komen?

Kantel de camera dan niet direct omhoog. Probeer eerst:

  • verder naar achteren te gaan staan;

  • de camera hoger te houden;

  • een langere brandpuntsafstand te gebruiken;

  • de compositie iets aan te passen.

Door de camera hoger te plaatsen, kun je vaak meer van het bovenste gedeelte in beeld krijgen zonder sterke perspectiefvervorming.

Horizontale lijnen

Horizontale lijnen zijn bijvoorbeeld:

  • vensterbanken;

  • tafelbladen;

  • kasten;

  • de boven- en onderzijde van ramen;

  • daklijnen bij een frontale buitenfoto.

De camera mag niet onnodig naar links of rechts hellen. Anders loopt de volledige foto scheef.

Bij een schuine foto vanuit een hoek mogen horizontale lijnen door het natuurlijke perspectief richting een verdwijnpunt lopen. Dat is normaal. De verticale lijnen moeten echter nog steeds recht blijven.

Bij onderstaande foto staat de camera te hoog en is hij naar beneden gekanteld om meer van de vloer en het bed in beeld te krijgen.

Daardoor lopen de verticale lijnen van de kasten, spiegels en wanden naar elkaar toe richting de onderkant van de foto.

De compositie kan op het eerste gezicht netjes lijken, maar het perspectief klopt niet. De ruimte lijkt hierdoor onderin smaller te worden en de architectuur wordt vervormd.

Beter: pas eerst je eigen positie of camerahoogte aan en probeer de camera zo recht mogelijk te houden.

Bij onderstaande foto gebeurt het tegenovergestelde. De camera staat te laag en is omhoog gekanteld, waardoor er veel plafond in beeld komt.

De verticale lijnen van de kasten, spiegels, ramen en wanden lopen daardoor naar elkaar toe richting de bovenkant van de foto. Het lijkt hierdoor alsof de muren achterover vallen. Ook hier geldt: wil je meer van de bovenkant van de ruimte laten zien, plaats de camera dan hoger in plaats van hem omhoog te kantelen.

20a87e4c-04bc-4327-a5a7-4e941f8f1b07 (1).png

Op de volgende foto staat de camera op een goede hoogte en volledig recht. De verticale lijnen van de kasten, spiegels, ramen en wanden lopen netjes recht omhoog en omlaag.

Daardoor oogt de slaapkamer rustig, professioneel en geloofwaardig. Zowel vloer als plafond zijn voldoende zichtbaar zonder dat de camera sterk omhoog of omlaag hoeft te worden gekanteld. Dit is het perspectief waar we bij vastgoedfotografie naar streven.

ab8d7314-4558-4452-a8a1-23b21f452e81.png

Op onderstaande foto is de camera niet helemaal waterpas gehouden. Daardoor helt de volledige foto heel licht naar één kant.

Dat zie je vooral aan de horizontale lijnen. De dakrand, de boven- en onderzijde van de schuifpuien, de rand van het terras en de overkapping lopen niet helemaal recht, maar zakken subtiel af. Daardoor oogt de foto technisch net niet netjes, ook al is de afwijking klein.

6cfe3d20-d51f-4b5e-8925-24998e08ad7e.png

Op onderstaande foto is de camera wel goed waterpas gehouden. Daardoor lopen de horizontale lijnen van de woning en tuin netjes recht.

Dat zie je onder andere aan de dakrand, de overkapping, de schuifpuien en de terrasranden. De foto oogt daardoor rustig, professioneel en technisch correct.

781f60a3-7628-4b10-9518-5ff82d903e62.png

Het raster en de elektronische waterpas

Het raster gebruiken

Gebruik het raster op het scherm of in de zoeker om de lijnen van de woning te controleren.

Vergelijk verticale muren, deurposten en kozijnen met de verticale lijnen van het raster.

Bij een foto die recht van voren wordt gemaakt, vergelijk je ook de horizontale lijnen van de gevel of ruimte met het horizontale raster.

Kijk nooit slechts naar één muur of kozijn. Vergelijk meerdere lijnen in verschillende delen van het beeld. Zo kun je beter beoordelen of de camera werkelijk recht staat.

De elektronische waterpas

Naast het raster gebruiken we de elektronische waterpas van de Canon EOS R6.

Deze laat zien:

  • of de camera naar links of rechts helt;

  • of de camera voorover of achterover wordt gekanteld.

Controleer beide richtingen. Druk bij voorkeur pas af wanneer beide indicatoren groen zijn.

De elektronische waterpas helpt om:

  • verticale lijnen recht te houden;

  • een scheve horizon te voorkomen;

  • de woning natuurlijk weer te geven;

  • minder perspectiefcorrectie tijdens de nabewerking nodig te hebben

De waterpas is een hulpmiddel. Blijf ook zelf naar de volledige compositie kijken.

Soms is een kleine bewuste aanpassing nodig, maar de basis blijft dat de camera zo recht mogelijk staat.

Op de onderstaande foto zie je hoe het raster en de elektronische waterpas samen helpen om de camera zo recht mogelijk te houden.

Gebruik de verticale rasterlijnen om te controleren of muren, deurposten en kozijnen recht in beeld staan. De horizontale rasterlijnen kun je vergelijken met bijvoorbeeld een vensterbank, plafondlijn of andere horizontale lijnen in de ruimte. Hoe beter deze lijnen met elkaar overeenkomen, hoe rechter de camera staat.

De elektronische waterpas in het midden geeft daarnaast aan of de camera naar links of rechts helt en of je de camera voorover of achterover kantelt. Wanneer de indicatoren groen zijn, zoals op de onderstaande foto, staat de camera in beide richtingen waterpas.

Gebruik altijd beide hulpmiddelen: de waterpas voor de positie van de camera en het raster als extra visuele controle op de lijnen van de woning.

778cb0b0-a2b2-4742-9bea-0bfac95e4a4d.png

Compositie en standpunt

Wat is compositie?

De compositie is de manier waarop alle onderdelen binnen de foto zijn verdeeld.

Een technisch scherpe en rechte foto kan nog steeds onrustig of onduidelijk zijn wanneer het standpunt verkeerd is gekozen.

Een goede compositie helpt de kijker direct begrijpen:

  • wat de belangrijkste ruimte of het onderwerp is;

  • hoe groot de ruimte ongeveer is;

  • waar doorgangen zich bevinden;

  • hoe meubels en vaste onderdelen zijn geplaatst;

  • hoe de ruimte aansluit op het volgende gedeelte van de woning.

Fotograferen vanuit een hoek

Belangrijke ruimtes fotograferen we vaak vanuit meerdere hoeken.

Vanuit een hoek kun je meestal twee wanden tegelijk laten zien. Hierdoor krijgt de kijker meer informatie over:

  • de vorm van de kamer;

  • de diepte;

  • de indeling;

  • de plaats van meubels;

  • de verbinding met andere ruimtes.

Ga zo ver mogelijk de hoek in, maar controleer altijd of het beeld rustig blijft. Bekijk vooral wat er aan de uiterste linker- en rechterzijde verschijnt.

Een hoekfoto moet bewust gekozen zijn. Ga niet slechts een klein beetje uit het midden staan wanneer de ruimte eigenlijk om een symmetrische foto vraagt. Dat kan slordig en onbedoeld scheef ogen.

Wanneer fotograferen we frontaal?

Niet iedere foto hoeft vanuit een hoek te worden gemaakt.

Een frontale foto kan sterker zijn wanneer een ruimte een duidelijke rechte of symmetrische opstelling heeft.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een bank die centraal tegen een wand staat;

  • een schouw of televisieopstelling in het midden;

  • symmetrische openslaande deuren;

  • een eettafel die mooi centraal staat;

  • een bed met gelijke nachtkastjes aan beide zijden.

Ga bij een frontale compositie zo nauwkeurig mogelijk in het midden staan.

Controleer of:

  • links en rechts ongeveer evenveel ruimte zichtbaar is;

  • het belangrijkste onderwerp werkelijk centraal staat;

  • verticale lijnen recht lopen;

  • de camera niet een klein beetje naar één kant verschoven staat.

Een bijna symmetrische foto die net uit het midden is gemaakt, oogt vaak slordiger dan een duidelijk schuine compositie.

Iedere foto moet iets toevoegen

Maak niet meerdere keren vrijwel dezelfde foto.

Wanneer je een belangrijke ruimte vanuit verschillende standpunten fotografeert, moet ieder beeld nieuwe informatie geven.

De volledige serie moet samen duidelijk maken:

  • waar je de ruimte binnenkomt;

  • wat zich aan de andere zijde bevindt;

  • waar ramen en deuren zitten;

  • hoe verschillende gedeelten met elkaar verbonden zijn;

  • hoe de meubels in de ruimte staan.

Een volgende foto moet dus niet alleen een kleine verschuiving van dezelfde compositie zijn.

Let op de randen van de foto

Beginnende fotografen kijken vaak vooral naar het midden van het beeld.

Daardoor zien zij pas later dat er aan de buitenrand iets onhandig is afgesneden.

Controleer daarom vóór iedere foto bewust alle vier de randen.

Let bijvoorbeeld op:

  • een halve stoel;

  • een klein stukje van een kast;

  • een lamp die net wordt afgesneden;

  • een halve deurpost;

  • een klein deel van een bank;

  • een rommelig gordijn;

  • een los snoer;

  • een storend voorwerp dat net het beeld binnenkomt.

Probeer een voorwerp óf duidelijk in beeld te nemen óf volledig buiten beeld te houden. Een klein en onduidelijk afgesneden gedeelte oogt meestal slordig.

Gordijnen aan de beeldrand

Gordijnen kunnen bij een groothoekfoto sterk worden uitgerekt en daardoor veel aandacht trekken.

Voorkom dat slechts een klein gedeelte van een gordijn als een brede of rommelige strook langs de rand van de foto loopt.

Je kunt dan:

  • iets van standpunt veranderen;

  • de compositie smaller maken;

  • het gordijn verder openen;

  • het gordijn juist bewuster in beeld opnemen.

De rand van de foto moet net zo zorgvuldig worden beoordeeld als het midden.

Storende elementen verwijderen

Alles wat niet bijdraagt aan de presentatie kan de aandacht van de woning afleiden.

Denk aan:

  • afvalcontainers;

  • fietsen en scooters;

  • losse tuinspullen;

  • schoonmaakmiddelen;

  • kabels;

  • verpakkingen;

  • persoonlijke spullen;

  • onze eigen tas en apparatuur.

Verplaats storende elementen waar mogelijk:

  • naar een kast of berging;

  • achter een schutting;

  • naar een andere ruimte;

  • volledig buiten de compositie.

Een paar minuten opruimen kan een groot verschil maken. Het doel is dat de aandacht naar de woning gaat en niet naar losse spullen.

Verplaats spullen altijd zorgvuldig en ga respectvol met de woning om. Later in de praktische workflow wordt uitgelegd hoe we dit samen met de bewoners aanpakken.

Raambekleding bewust instellen

Gordijnen, jaloezieën en andere raambekleding hebben invloed op:

  • de hoeveelheid daglicht;

  • het uitzicht;

  • de symmetrie;

  • de rust in de foto;

  • de uitstraling van de ruimte.

Zet de raambekleding daarom nooit automatisch overal volledig open of volledig dicht.

Bij een aantrekkelijk uitzicht

Heeft de woning uitzicht op bijvoorbeeld:

  • groen;

  • water;

  • een mooie tuin;

  • een rustige straat;

  • een aantrekkelijk landschap

Open de raambekleding dan zo ver mogelijk, zodat het uitzicht onderdeel wordt van de presentatie.

Bij een minder aantrekkelijk uitzicht

Kijkt het raam uit op bijvoorbeeld:

  • een blinde muur;

  • een industrieterrein;

  • rommelige bebouwing;

  • een onaantrekkelijk object

Dan kan het mooier zijn om de raambekleding gedeeltelijk of volledig gesloten te houden.

Er moet wel voldoende daglicht blijven binnenkomen om de ruimte goed te fotograferen.

Waar letten we op?

Controleer:

  • of gordijnen aan beide zijden netjes hangen;

  • of jaloezieën recht en gelijkmatig staan;

  • of rolgordijnen niet scheef hangen;

  • of losse koorden zo veel mogelijk uit beeld zijn;

  • of er geen rommelige rand langs de foto ontstaat;

  • of er voldoende daglicht binnenkomt.

De basisregel is: Laat een mooi uitzicht zien en scherm een onaantrekkelijk uitzicht waar mogelijk af, zonder de ruimte onnodig donker te maken.

 

Lampen en natuurlijk daglicht

Tijdens het fotograferen laten we de lampen het liefst uit.

Daglicht is meestal relatief koel van kleur. Lampen in een woning geven vaak warmer en geler licht.

Wanneer beide soorten licht worden gecombineerd, kunnen binnen één foto verschillende kleuren ontstaan. Een gedeelte van de kamer kan natuurlijk en koel ogen, terwijl een ander gedeelte geel of oranje wordt.

Ingeschakelde lampen kunnen daarnaast zorgen voor:

  • gele of oranje kleurzwemen;

  • onnatuurlijke schaduwen;

  • felle lichtvlekken;

  • donkere schaduwen onder lampenkappen;

  • verschillende kleuren binnen één ruimte;

  • extra reflecties in ramen en kasten.

Daarom fotograferen we bij voorkeur met het beschikbare daglicht.

Wanneer mogen de lampen aan?

Lampen mogen aan wanneer een ruimte anders echt te donker blijft.

Beoordeel daarvoor eerst de middenfoto uit de HDR-serie. De muren, meubels en belangrijkste onderdelen moeten daarop duidelijk herkenbaar zijn.

Is de middenfoto te donker, werk dan in deze volgorde:

  1. Controleer of de raambekleding verder geopend kan worden.

  2. Bekijk of er meer daglicht kan binnenkomen.

  3. Pas waar nodig de camera-instellingen aan.

  4. Zet pas daarna de lampen aan wanneer dat nodig blijft.

Lampen aanzetten is geen fout wanneer dit nodig is voor een bruikbaar resultaat. Het is alleen niet onze eerste keuze.

Verticale foto’s altijd in paren

Sommige onderwerpen komen beter tot hun recht in een verticale foto.

Denk aan:

  • een voordeur;

  • een lange hal;

  • een toilet;

  • een wastafelmeubel;

  • een douchecabine;

  • een hoog raam;

  • een ander smal of hoog onderdeel.

Op Funda worden losse verticale foto’s minder mooi weergegeven dan horizontale beelden. Daarom combineren we tijdens de nabewerking twee verticale foto’s naast elkaar tot één horizontaal beeld.

Maak verticale foto’s daarom altijd in paren.

Denk bij de eerste verticale foto direct na over het tweede beeld waarmee deze logisch kan worden gecombineerd.

Een passend paar heeft bijvoorbeeld overeenkomst in:

  • locatie;

  • onderwerp;

  • kleur;

  • vorm;

  • uitstraling;

  • functie binnen de woning.

Maak nooit zomaar één losse verticale foto zonder een logisch tweede beeld.

KIEK! IN CIJFERS

Bewezen in de praktijk

Sinds juli 2021 verzorgde KIEK! meer dan 1600 vastgoedpresentaties voor 14 makelaarskantoren in Zeeland.
Van losse opdrachten tot langdurige samenwerkingen - altijd met dezelfde werkwijze en kwaliteitsstandaard.

AANGELEVERDE PRESENTATIES

1573

+

MAKELAARSKANTOREN

0

KIEK! IS GEBOREN

2009

VAST AANSPREEKPUNT

0

bottom of page